Leesfiche 2

 

Lectuurfiche: 'De roos en het zwijn'

Het verhaal begint bij de geboorte van Rosalena, een lelijk geboren meisje. Ze leeft in een magische wereld met elfen en engelen, een magische spiegel en een buurvrouw die zichzelf in een zwarte kat kan omtoveren. Een tijd na de dood van haar moeder wordt Rosalena opeens beeldschoon. Op een dag krijgt Rosalena een rozenstruik van haar vader en sindsdien komen er van overal mannen om naar deze rozen te kijken, maar eigenlijk is het om Rosalena te bewonderen omdat ze zo mooi is. Later heeft ze ook een geheime verhouding met de mannen van haar zussen. Wanneer Rosalena’s vader terugkomt van een reis, had hij een witte roos bij voor haar die hij gestolen had van Thybeert. Rosalena vindt dat hij dat niet gedaan mocht hebben en ze gaat in de plaats van haar vader boete doen bij Thybeert. Hij is een verschrikkelijke, lelijke man maar toch voelt Rosalena zich aangetrokken tot hem...

 

Het verhaal speelt zich af in de Middeleeuwen te Antwerpen. Volgens mij is het hoofdthema schoonheid versus lelijkheid. Ondanks Thybeert's lelijk uiterlijk, raakt Rosalena verliefd op hem. Schoonheid wordt door Rosalena niet gezien als iets positiefs, ze vindt het niet leuk om mooi te zijn. Haar zussen zijn jaloers en vele mannen willen haar enkel omdat ze zo mooi is. 

'De roos en het zwijn' is een bewerkte versie van 'Belle en het beest', maar het is een erg originele interpretatie van het sprookje. Het verhaal bevat verrassende elementen die niet in het sprookje voorkomen en het verhaal interessanter maken. Zo komen er bijvoorbeeld de twee zussen in voor, wat me laat denken aan het sprookje 'Assepoester'. Verder is er niet één beest, maar zijn het er twee. Anne's poëtisch taalgebruik geeft een extra toets aan het sprookjesachtig verhaal. Ook is het een relatief dun boekje, wat het interessanter maakt voor mensen die weinig tijd hebben om te lezen.  Ik lees weinig fantasieverhalen, maar ik zou er in de toekomst graag meer willen lezen omdat dit verhaal me toch wel aanspreekt. Het is een fantasieverhaal met een realistisch kantje.

 

Vertelperspectief:

 

Het verhaal wordt verteld door een ik-verteller, Rosalena, het hoofdpersonage van het boek.

 

''Van mij wordt gezegd dat ik de mooiste vrouw ter wereld ben. Ik heb rode lippen, een sneeuwwitte huid en handen als kostbare schelpen. In de Onze-Lieve-Vrouwekerk staan heiligenbeelden die naar mijn beeld zijn geschapen. Mensen denken dat ik op de Heilige Maagd Maria lijk, maar de waarheid is dat de Maagd op mij lijkt; de beeldhouwers zijn het me met tranen in de ogen komen opbiechten. ''

 

 

 

Het is een verteller die zich binnen de vertelde wereld bevindt. Ze vertelt over zichzelf en is dus een interne autodiëgetische verteller. De verteller is zichtbaar en vertelt wat zij zelf beleeft. Ik vind deze keuze gepast omdat er veel aandacht wordt besteed aan de psychologische ontwikkeling van Rosalena. Je wordt geconfronteerd met de middeleeuwse gedachtes van Rosalena. Het denkbeeld in die tijd verschilt compleet van het huidige waardoor je meer verzeild geraakt in een middeleeuwse sfeer. Ik zou niet voor een ander soort verteller hebben gekozen omdat bij de ik-verteller geen oordeel wordt geveld over Rosalena, maar je als lezer zelf een oordeel mag vellen.

 

 

 

 

 

 

© 2014 Alle rechten voorbehouden.

Maak een gratis websiteWebnode